Contemporanea
Jaargang XXXVIII Jaar 2018 Nummer 3

Recensies

Daniel Zamora Vargas, De l’égalité à la pauvreté. Une socio-histoire de l’assistance en Belgique (1895-2015). Bruxelles: Editions de l’Université de Bruxelles, 2017. 253 p.

Kim Descheemaeker, Liberaal Archief/Liberas

Daniel Zamora Vargas behaalde in 2015 een doctoraat in de sociologie aan de ULB. Het resultaat van dit doctoraat vond zijn neerslag in deze publicatie. Daarna ging hij aan de slag als postdoctoraal onderzoeker aan de University of Illinois in Chicago en Cambridge University. Sinds oktober 2017 werkt hij als postdoctoraal onderzoeker aan de ULB. Hij publiceerde in diverse periodieken over Foucault, het neoliberalisme en de sociale zekerheid in België.

Vargas’ achtergrond als socioloog blijkt duidelijk in de vraagstelling en opbouw van het boek. Hij wil afstappen van een geformaliseerd, stabiel concept van armoede en het begrip een historische dimensie geven die gekenmerkt wordt door aarzelingen, conflicten en experimenten. Vargas stelt dat de sociologische realiteit van de arme immers steeds het product van sociale strijd en politieke belangen is geweest. Zijn onderzoeksvraag past binnen een breed onderzoeksveld binnen de sociologie, namelijk het ongelijkheidsvraagstuk.

In vijf chronologische hoofdstukken wordt de geschiedenis van de welzijnszorg in België uit de doeken gedaan. Met zevenmijlslaarzen wandelt de auteur door deze geschiedenis, die wordt opgehangen aan de wetgeving over de onderstand en sociale zekerheid. De nadruk ligt duidelijk op de periode 1966-2015; de periode 1895-1966 vormt slechts een aanloop in Vargas’ analyse. De (historische) analyse van de vroegste periode is dus beperkt.

Welke evolutie schetst Vargas? In de honderdtwintig jaar welzijnszorg die hij onderzocht, blijkt de invulling sterk gewijzigd te zijn. Armoede werd van een individuele verantwoordelijkheid een probleem van de samenleving. De houding van de samenleving en staat ten opzichte van armoede, sociale bijstand en sociale zekerheid wijzigde stelselmatig. De auteur concludeert dat aan deze wijzigende houding een driedubbele transformatie van de sociale staat ten grondslag ligt, namelijk van de sociale interactie tussen mensen binnen de sociale orde, van de reikwijdte van de sociale staat zelf en van de relatie tussen de staat en de vrije markt. Als gevolg van deze transformatie werden als oplossing voor het armoedeprobleem met wisselend succes achtereenvolgens disciplinering, de herverdeling van rijkdom en het aanreiken van kansen naar voren geschoven.

Volgens de titel sluit het boek af in 2015, net na het moment waarop een grondige hervorming van de sociale zekerheid doorgevoerd werd als gevolg van de zesde staatshervorming. De eigenlijke analyse van de wetgeving en het beleid ter zake wordt echter al afgerond voor de periode rond de eeuwwisseling.

Het onderzoek steunt op een uitgebreide bibliografie van secundaire literatuur en contemporaine teksten en voor de recentere periode eveneens op wetteksten, studies en persartikels. De historische onderbouwing had sterker gemogen, maar de sociologische analyse is heel gedegen. De auteur slaagt in zijn opzet en maakt een boeiende analyse van de evolutie van de welzijnszorg in België. Deze evolutie wordt in een breder kader geplaatst en leidt tot theorievorming over de relatie tussen economie, staat en politiek en de invloed hiervan op het sociale beleid. Deze theorievorming zou echter sterker onderbouwd zijn indien de periode 1895-1966 evenveel aandacht had gekregen als de recentere periode. Hier ligt een opportuniteit voor historici om de theorie ook voor die vroegere periode te toetsen en eventueel bij te sturen.

Het onderzoek is niet enkel een sociologische analyse, maar leunt aan bij een ideeëngeschiedenis over sociale politiek. Deze ideeën worden internationaal gepositioneerd en gekoppeld aan politieke stromingen en sociale bewegingen. De denkkaders van waaruit beleidsmakers en belangengroepen naar armoede en sociale zekerheid keken en de vertaling daarvan in het beleid worden van nabij geanalyseerd. Voor historici bieden vooral het overkoepelende verhaal en het onderzoek naar de periode na 1966 interessante inzichten. Door het in vraag stellen en historisch kaderen van geijkte concepten, principes en categorieën kan met een andere blik naar de geschiedenis van de sociale welzijnszorg gekeken worden. Bovendien krijgt het boek zo een actuele politieke lading en plaatst het vraagtekens bij het eigentijdse sociale beleid.

- Kim Descheemaeker