Contemporanea
Jaargang XXXVIII Jaar 2018 Nummer 2

Review

Politie en migranten: twee geschiedenissen die onlosmakelijk verbonden geraakten

Ayfer Erkul, Vrije Universiteit Brussel

De huidige, vaak hoogoplopende discussies rond nieuwkomers en transmigranten, waarin de focus ligt op veiligheid en ordehandhaving, overschaduwen de lange geschiedenis van de vaak problematische relatie tussen overheid, politie en migranten. Al in het Ancien Régime waren er discoursen over ‘gevaarlijke’ mobiele groepen en in de negentiende eeuw uitten verontwaardigde politici hun ongenoegen over vreemdelingen die als bedelaar het land doorkruisten1. De verontwaardiging leidde tot nieuwe wetten, onder meer deze tegen landloperij. Het streven van de overheden naar controle over deze mobiele groepen was de drijfveer achter de ontwikkeling en modernisering van een politiemacht die in Europa vanaf de achttiende eeuw het licht zag2. Dit reviewartikel geeft in het kort weer hoe de historiografie van politie- en migratiegeschiedenis in de recente historiografische ontwikkelingen onlosmakelijk verbonden geraakten.

Wanneer we de eerste periode van de geschiedschrijving over de politie bekijken, voor de jaren zestig van de vorige eeuw, zien we dat deze voornamelijk werd neergeschreven door dienstdoende of voormalige politieofficieren of personen die nauwe banden hadden met de politie. De werken die hieruit voortvloeiden, waren niet noodzakelijk kritiekloos maar hadden wel vaak een triomfantelijk aura en stelden de politiegeschiedenis voor als een lineaire, cumulatieve vooruitgang vanaf de achttiende eeuw tot heden3. In de afgelopen decennia herleefde de aandacht voor de geschiedenis van politie en politiewerk met onderzoek dat zich concentreerde ofwel op institutionele geschiedenis, vaak geschreven door rechtshistorici, ofwel op werken rond misdaad en afwijkend gedrag4. Politieagenten bleven hierin, als ze al aan bod kwamen in het onderzoek, vaak anoniem of werden geportretteerd als onderdrukkende figuren. Politiepraktijken en -attitudes werden daarentegen amper belicht5. Tegen het einde van de twintigste eeuw verscheen onderzoek dat een bijdrage leverde aan een nieuwe sociale geschiedenis van de politie: een waarin de complexiteit van politiewerk werd benadrukt en waarin de focus lag op de agent, het dagelijkse werk en de beroepscultuur. Sindsdien hebben debatten zich toegespitst op de omstandigheden en de belangen die de modernisering van de politie en haar werk vormgaven in de negentiende eeuw. Door de ontwikkeling van een moderne politie te situeren in een bredere sociale en economische context van een urbaniserende en industrialiserende maatschappij, betoogde Taylor dat politiewerk hoofdzakelijk gericht was op het ‘schoonhouden’ van de straten. Eerder dan het bestrijden van misdaad, bestond de taak van de politiediensten in hoofdzaak uit het bewaken van de openbare orde. Hierbij golden vooral de bekommernissen van burgerlijke elites, die zich bedreigd voelden door de uitdijende arbeidersklasse in de al even snelgroeiende en veranderende steden6.
Recent werk nuanceert het traditionele standpunt van Britse marxistische historici en Franse foucauldiaanse onderzoekers dat de politie een burgerlijk instrument was dat de arbeidersklasse doeltreffend moraliseerde en disciplineerde7. Deze nieuwe onderzoeken, waaronder het standaardwerk ‘Police et migrants’ van Blanc-Chaléart et al., leggen de gebreken bloot van politiesurveillance in de straten van de stad en de vele problemen die agenten tegenkwamen in de implementatie van migratiewetten en -reguleringen8. Ondanks de enorme groei van de macht en taken die de politie kreeg in de negentiende eeuw, zo stelt De Koster, bleven dagelijkse operaties bepaald door financiële en politieke beperkingen. Door geldgebrek, afwijkende prioriteiten bij oversten, onverwachte gebeurtenissen in de straat of individuele beslissingen van agenten verschilden praktijken van de lokale politie vaak van de ambities die het nationale beleid koesterde9.
Net als voor het veld van politiegeschiedenis zagen we in de afgelopen twintig à dertig jaar ook een groeiende belangstelling van historici voor migratie en migratiecontrole. In haar standaardwerk Moving Europeans beschrijft Moch migratie vanaf het pre-industriële tijdperk en legt ze verbanden tussen menselijke verplaatsing en veranderingen die het leven in Europa bepaalden10. Deze veranderingen hadden een grote impact op steden waar de bevolking tussen 1750 en 1914 verzesvoudigde in plaatsen met meer dan vijfduizend inwoners. Clark beschrijft hoe door de verhoogde migratie naar stedelijke centra vanuit zowel naburige regio’s als buurlanden de angst toenam voor een ongecontroleerde instroom van nieuwkomers11. Keunings haalt in zijn onderzoek naar de geschiedenis van de Brusselse politie aan hoe de nieuwe wetten en regels rond migratie, onderstandswoonst en landloperij, die eind negentiende eeuw het licht zagen om mobiele groepen strenger aan te pakken, gepaard gingen met een stijgende bezorgdheid rond de ‘sociale kwestie’ en pogingen om de sociale controle op te voeren. Dat leidde onder meer tot een verhoogde vervolging van landloperij en openbare dronkenschap12. Deze nieuwe repressieve maatregelen waren hoofdzakelijk gericht op nieuwkomers waarvan werd vermoed dat ze moreel deviant gedrag zouden vertonen. Winter en De Munck stellen dat deze houding tegenover nieuwkomers met een ‘lage status’ niet nieuw was: een lange traditie van stedelijk beleid bestempelde behoeftige en kwetsbare mobiele groepen al eeuwen als verdacht en ongewenst. Gevreesd werd voor het materiële en morele gevaar dat deze ‘ontwortelde’ nieuwkomers vormden door hun veronderstelde neiging tot bedelen, landloperij, diefstal en prostitutie13. Onderzoek naar migratiecontrole in de negentiende eeuw leerde dat autoriteiten bepaalde migrantengroepen bleven classificeren als ‘gewenst’ en ‘ongewenst’, hoewel de invulling hiervan varieerde in tijd en ruimte14.

Politieagenten van de Brusselse agglomeratie in 1900 (uit: Keunings, Luc, Les forces de l’ordre à Bruxelles au XIXe siècle, (Brussel: Studia Bruxellae, 2007), p. 14).

In het onderzoek naar migratiebeleid bleef de focus bij historici die de negentiende en twintigste eeuw bestudeerden tot het einde van de vorige eeuw voornamelijk gericht op nationale en internationale wetgeving en maatregelen van overheden om migratie te controleren15. Die focus werd in recentere studies gecomplementeerd met een meer lokale insteek, die aantoonde dat het lokale niveau doorheen het ancien régime én de lange negentiende eeuw een cruciale speler was in de controle van migratie. Een van de domeinen waarop de ruimte voor een ‘lokaal migratiebeleid’ zich manifesteerde in de negentiende eeuw, was het reguleren van de toegang tot armenzorg. Hoewel regelgeving hierrond in de negentiende eeuw steeds meer geharmoniseerd werd op nationaal niveau, bleven discussies en discretionaire beslissingen over de toegang van nieuwkomers tot armenzorg grotendeels een lokale aangelegenheid, gevormd door lokale percepties van thuishoren en waardigheid16. In praktijken van migratiecontrole speelden lokale autoriteiten en politie-eenheden in de negentiende eeuw met andere woorden een cruciale rol17. Over die relatie tussen politie en migranten stellen De Koster en Reinke dat aan het einde van de negentiende eeuw politie werd ingezet voor de controle van vooral jonge en ongehuwde migrantenarbeiders: zij die net gearriveerd waren in de stad, geen vast inkomen of adres hadden, noch konden terugvallen op een steunnetwerk. Deze jonge arbeidsmigranten werden gezien als vatbaar voor landloperij, bedelen of prostitutie, allemaal misdaden die met stijgende strengheid werden bestraft in deze periode18. Behalve de verhoogde aandacht voor specifieke sociale groepen bij stedelijke inwijkelingen, was de focus van de politiecontroles ook gericht op plaatsen van aankomst, zoals treinstations, en wijken in de stad waar nieuwkomers verbleven. Dit werd niet enkel in de hand gewerkt door een grotere politie-aandacht voor ‘usual suspects’ en gekende misdadigers in armere milieus, maar ook door de handhaving van het stijgend aantal lokale politieverordeningen opgesteld door de stedelijke autoriteiten in de negentiende eeuw. Millot heeft het over procedures als paspoortformaliteiten aan de stadspoort, maar ook bijvoorbeeld de verplichting aan houders van logementshuizen en hotels om de lokale autoriteiten te informeren over de migranten die bij hen verbleven19. Dit gebeurde op basis van registers waarin naam, geboortedatum en -plaats en vorig adres werd vermeld. De politie, die deze registers dagelijks moest controleren, organiseerde soms nachtelijke bezoeken om de overhandigde gegevens te verifiëren20.

Politieagent in Brussel die een ambulante melkverkoopster verbaliseert (Archief van de Stad Brussel, Collectie postkaarten, nr. 10).

Onderzoekers legden ook de ‘impuissances bureaucratiques’ bloot die de opkomende natiestaten hinderden in het effectief opleggen van nationale reguleringen zoals paspoortcontroles doorheen de negentiende eeuw21. Naast aandacht voor lokale praktijken en handhavers van migratiecontrole, blijkt dat bottom-up perspectieven een toegevoegde waarde hebben voor het onderzoeken van de complexiteit van relaties tussen de stedelijke politie, mobiele groepen en andere actoren in de straten22.

Dit overzicht geeft aan hoe de geschiedenis van politie en migratie intrinsiek verstrengeld zijn, en hoe het onderzoeken van de relaties tussen politie en nieuwkomers een insteek kan vormen in het beter begrijpen van de belangen, motieven, mogelijkheden en beperkingen die het dagelijkse politieoptreden en migratieregulering vormgaf in verschillende historische contexten. Gezien de intense processen van verstedelijking, toenemende mobiliteit en een groeiende maatschappelijke en politieke problematisering van de ‘sociale kwestie’, vormt het einde van de lange negentiende eeuw daar bij uitstek een interessante periode voor. Mijn doctoraatsonderzoek focust op de politiepraktijken en -instrumenten die op lokaal vlak werden gebruikt om migranten te controleren in de stad Brussel tijdens het einde van de lange negentiende eeuw. Op die manier wil dit onderzoek bijdragen aan historische debatten rond politie en politiewerk, en tegelijk aan deze rond migratiecontrole en urbanisatie tijdens de overgang naar een ‘moderne’ industriële maatschappij.

- Ayfer Erkul

Referenties

  1. Milliot, Vincent, ‘Urban police and the regulation of migration in eighteenth-century France’, in: De Munck, Bert en Winter, Anne (eds.), Gated Communities? Regulating Migration in Early Modern Cities (Aldershot: Ashgate, 2012), pp. 135-153. Blanc-Chaléard, Marie-Claude, Douki, Caroline, Dyonet, Nicole en Milliot, Vincent, ‘Police et migrants en France, 1667-1939: questions et résultats’, in: Blanc-Chaléard, Marie-Claude, Douki, Caroline, Dyonet, Nicole en Milliot, Vincent (eds), Police et migrants. France, 1667-1939 (Rennes: Presses Universitaires de Rennes, 2001), pp. 16-47.
  2. Storch, Robert. ‘The Policeman as Domestic Missionary: Urban Discipline and Popular Culture in Northern England, 1850-1880’, in: Journal of Social History, 9: 4 (1976): 481–502. Keunings, Luc, ¬Histoire de la police à Bruxelles (1831-1914) (Ongepubliceerde masterproef, Université Libre de Bruxelles: 1980). Emsley, Clive. ‘The policeman as a worker: a comparative survey, c. 1800-1940’, in: International review of social history 45:1 (2000): 89-110. Milliot, Vincent. ‘Réformer les polices urbaines au siècle des Lumières: le révélateur de la mobilité’, in: Crime, Histoire & Sociétés 10:1 (2006): 25-50.
  3. Emsley, Clive, ‘The policeman’.
  4. Berlière, Jean-Marc, Denys, Catherine, Kalifa, Dominique en Milliot, Vincent (eds.), Métiers de police. Être policier en Europe, XVIIIe-XXe siècle (Rennes: Presses Universitaires de Rennes, 2008).
  5. Ibid.
  6. Taylor, David, The New Police in 19th-Century England: Crime, Conflict and Control, (Manchester: Manchester University Press, 1997). Storch, Robert. ‘The Policeman as Domestic Missionary’.
  7. Inwood, Stephen, ‘Policing London’s Morals: The Metropolitan Police and Popular Culture, 1829–1850’, in: Lawrence, Paul (ed.), The New Police in the 19th Century (Aldershot: Ashgate, 2011) pp. 198-216.
  8. Blanc-Chaléard et al., Police et migrants.
  9. De Koster, Margo, ‘Politieoptredens en het dagelijks ordenen van de stad Antwerpen, eind negentiende – begin twintigste eeuw’, in: De Koster, Margo, De Munck, Bert, Greefs, Hilde Willems, Bart en Winter, Anne (eds.), Werken aan de stad. Stedelijke actoren en structuren in de zuidelijke Nederlanden 1500-1900 (Brussels: VUBPRESS, 2011) pp. 236-253.
  10. Moch, Leslie Page, Moving Europeans. Migration in Western Europe since 1650, (Bloomington: Indiana University Press, 2009).
  11. Clark, Peter, European Cities and Towns, 400-2000, (Oxford: Oxford University Press, 2009).
  12. Keunings, Histoire.
  13. De Munck, Bert en Winter, Anne (eds.), Gated Communities? Regulating Migration in Early Modern Cities (Aldershot: Ashgate, 2012), pp. 1-21.
  14. Fahrmeir, Andreas, Faron, Olivier en Weil, Patrick, Migration control in the North Atlantic World. The evolution of state practices in Europe and the United States from the French Revolution to the Inter-War period, (New York: Bergahn Books, 2003).
  15. Caestecker, Frank, Alien Policy in Belgium, 1840-1940. The creation of Guest Workers, Refugees and Illegal Aliens (New York/Oxford: Berghahn Books, 2000).
  16. De Munck en Winter, Gated Communities? King, Steven en Winter, Anne, Migration, Settlement and Belonging in Europe, 1500-1930: Comparative perspectives (New York & Oxford: Berghahn, 2013). Debackere, Ellen, Tussen stad en staat. Het lokale beleid ten aanzien van buitenlanders in Antwerpen, 1830-1880 (Ongepubliceerde doctoraatsthesis, Universiteit Antwerpen/Vrije Universiteit Brussel, 2016).
  17. Vercammen, Rik and Vanruyssevelt, Vicky, ‘Van centraal beleid naar lokale praktijk: het ‘probleem’ van landloperij en bedelarij in België (1890-1910), in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis 45 :1 (2015): 121-161. Debackere, Ellen, Tussen stad en staat. Coppens, Alexander, Tussen beleid en administratieve praktijk: de implementatie van het Belgisch migratiebeleid in negentiende-eeuws Brussel (Ongepubliceerde doctoraatsthesis, Universiteit Antwerpen/Vrije Universiteit Brussel, 2017).
  18. De Koster, Margo en Reinke, Herbert, ‘Policing Minorities’, in: Johansen, Anja en Knepper, Paul Knepper (eds), The Oxford Handbook of the History of Crime and Criminal Justice in Europe and North America, 1750- 1945¬, (Oxford: Oxford University Press, 2016) pp. 268-284.
  19. Milliot, Vincent, ‘Urban police’.
  20. >Farcy, Jean-Claude, ‘Le contrôle des migrants en ville. Introduction’, in: Blanc-Chaléard, Marie-Claude, Douki, Caroline, Dyonet, Nicole en Milliot, Vincent (eds), Police et migrants. France, 1667-1939. (Rennes: Presses Universitaires de Rennes, 2001) pp. 713-729.
  21. Noiriel, Gérard, La tyrannie du national. Le droit d’asile en Europe (1793-1993) (Paris: Calmann-Lévy, 1991).
  22. Emsley, Clive, ‘The policeman’. Inwood, Stephen, ‘Policing’. Milliot, Vincent, ‘Urban police’.