Contemporanea
Jaargang XXXIX Jaar 2017 Nummer 2

Review

Metafoor van de moderniteit: prostitutie in de Belgische geschiedschrijving

Pieter Vanhees, KU Leuven

Prostitutie heeft de voorbije decennia een duidelijke plek verworven binnen de internationale geschiedwetenschap. Dat was niet altijd het geval. Hoewel al tijdens de jaren 60 en 70 het onderzoek naar marginale sociale fenomenen (zoals landloperij en criminaliteit) opgang maakte in de historiografie, bleef prostitutie in deze periode nog enigszins buiten beeld.1 Voornamelijk over het beleid dat deze fenomenen moest omkaderen werd veel gepubliceerd. Dat veranderde tegen het einde van de jaren 70 onder invloed van feministische historici, maar ook nadat de prille sekswerkersbeweging voor het eerst van zich had laten horen.2 Volgens de Amerikaanse historicus Timothy Gilfoyle gingen historici de prostituee pas aan het begin van de jaren 80 beschouwen als een onderzoekswaardige metaphor of modernity.3 Wijzigingen in de omgang met prostituees bieden een venster op veel bredere historische conjunctuurbewegingen.

Geschiedenis van een probleem?

In de jaren 80 en 90 besteedden historici voornamelijk aandacht aan prostitutiebeleid.4 Het al dan niet reguleren van de sekssector bleek steeds een heikel punt te zijn geweest. Regulering speelde vaak een symbolische rol binnen sociaal-politieke tegenstellingen. Hoewel prostituees als eersten werden geconfronteerd met gewijzigd beleid, stond hun lotsverbetering in het discours van beleidsmakers zelden centraal. Regulationisten (zij die pleiten voor een regulering van prostitutie door de overheid), abolitionisten (zij die een dergelijke regulering bestrijden) en prohibitionisten (zij die prostitutie willen verbieden) stonden doorheen de 19de en 20ste eeuw in wisselende hoedanigheden tegenover elkaar. Hoewel nuance nodig is, lijken stellingnames in de bronnen vaak radicaal verschillend. Historici die deze tegenstellingen een te grote plaats geven, gaan voorbij aan overeenkomsten tussen de standpunten over prostitutie zoals de achterliggende idee dat prostitutie inherent problematisch zou zijn. Prostitutie werd en wordt dikwijls geassocieerd met seksueel geweld, uitbuiting, drugs en mensenhandel, zowel door de voor- als door de tegenstanders van regulering.

Aan het einde van de 20ste eeuw gingen historici prostitutie geleidelijk op een andere manier benaderen. Hoewel prostitutie in de media nog vaak als een probleem wordt gekaderd en hoewel prostituees dikwijls met stigma worden geconfronteerd, besteedden historici meer aandacht aan de opties en de keuzevrijheid van mannen en vrouwen die er voor kozen zich te prostitueren. Prostitutie wordt nu dikwijls, in navolging van de inzichten uit andere sociale wetenschappen, gekaderd als een economische activiteit. De redacteurs van Selling Sex in the City: A Global History of Prostitution, 1600s-2000s, dat nog in 2017 zal verschijnen, definiëren prostitutie als een vorm van werk: “We […] understand prostitution to be a form of work and therefore attempt to achieve a comprehensive overview of this activity from a global labour history perspective.”5 Andere thema’s kwamen centraal te staan in het historisch onderzoek zoals waarden en seksualiteit, klasse- en genderverhoudingen, de ontwikkeling van het gerecht enz.

Wegen op beleid

Belgische historici sprongen mee op de kar van de inhoudelijke vernieuwing. Ze lieten zich inspireren door wat er in het buitenland gebeurde al bleef heel wat onderzoek eerder beschrijvend van aard.6 Veel aandacht ging naar het prostitutiebeleid van grote steden. Sophie de Schaepdrijver bestudeerde het hyperregulationistische systeem dat door de Brusselse lokale overheid werd ingevoerd en uitgebouwd in de loop van de 19de eeuw.7 Naast beleidskwesties in de strikte zin, analyseerde ze ook sociaaleconomische factoren die vrouwen ertoe aanzetten zich te prostitueren. Collete Huberty en Luc Keunings bestudeerden, niet lang na De Schaepdrijver, eveneens de 19de-eeuwse Brusselse context.8 Ze bleven (te) dicht bij de bronnen en kwamen tot een sociaal-culturele lezing van prostitutiereglementen en de werking van het bordelensysteem. Catharina Lis boog zich over het Antwerpse beleid tijdens de eerste helft van de 19de eeuw.9 Lis vertrok van het macroniveau en kaderde de Antwerpse situatie binnen internationale tendensen. Marie-Sylvie Dupont-Bouchat bestudeerde de evolutie van de omkadering van prostitutie door de overheid in de Zuidelijke Nederlanden en in het vroege België.10 Zij beschreef grote bewegingen over een langere periode – jammer genoeg – zonder deze te verbinden aan lokale realiteiten. Na de jaren 90 verdween beleid enigszins van de Belgische historiografische radar. In een publicatie die binnenkort verschijnt, hernemen Margot de Koster en Benoît Majerus het thema echter, respectievelijk met betrekking tot Antwerpen en Brussel, al gaat het niet om nieuw onderzoek.11

Achter stellingnames over prostitutie gaat vaak een verborgen agenda schuil. Deze kan in verband staan met beleid, genderverhoudingen enz. Enkele historici bestudeerden daarom het discours en de acties van drukkingsgroepen die een visie over prostitutie probeerden uit te dragen. Hierbij werd vaak een waardevol lange termijn-perspectief gehanteerd. Het doctoraatsonderzoek van Christine Machiels is hiervan een voorbeeld.12 Ze bestudeerde feministische discussies en acties in verband met prostitutie in Frankrijk, Zwitserland en België in de periode van 1860 tot 1960. Ze beschreef onder andere hoe Belgische feministische gemeenteraadsleden tijdens het Interbellum op de politieke agenda probeerden te wegen. In Brussel leidde dit bijvoorbeeld tot een abolitionistisch experiment in de jaren 20. Liesbet Nys onderzocht hoe (leger)artsen geslachtsziekten als een onderdeel van het verval van de natie beschouwden en pleitten voor meer overheidsinterventie.13 Soldaten uit de laagste sociale klasse en prostituees werden door legerartsen aangeduid als hoofdschuldigen voor de slechte morele reputatie van het leger tijdens de 19de eeuw.

Bijzondere omstandigheden?

Beide wereldoorlogen zorgden voor een toegenomen aanbod van en vraag naar prostitutie. De uitzonderlijke oorlogsomstandigheden kregen relatief veel aandacht van Belgische historici. Tijdens beide wereldoorlogen stimuleerde de bezetter verregaande bestuurlijke centralisering, onder andere om effectiever strijd te leveren tegen de verspreiding van syfilis. Benoît Majerus bestudeerde het verband tussen bezetting en prostitutie in Brussel tijdens WO I.14 In een helder geschreven en veellagig essay beschreef hij hoe het tot een moeizaam vergelijk kwam tussen de stedelijke autoriteiten en de bezetter. Hij verklaarde ook de dubbele marginalisering waarvan (gelegenheids)prostituees het slachtoffer werden. Zij heulden met de vijand en schikten zich niet naar heersende morele opvattingen. Over WO II bestaan er eveneens enkele lokale casestudies. Een voorbeeld is het artikel van Thierry Delplancq over La Louvière.15 Delplancq bestudeerde de toepassing van Duitse bepalingen door de ogen van een politiecommissaris. Aurore François hanteerde een minder beleidsmatige insteek in haar studie over oorlogsprostitutie door minderjarigen.16 Haar onderzoek was gebaseerd op dossiers van de jeugdrechtbank. Ze wees op de doordringbaarheid van de grenzen tussen prostitutie en promiscue gedrag en op de afname van familiale controle in oorlogstijd.

Prostitutie wordt in de verbeelding vaak verbonden met mensenhandel. Aan dit verband werden er door Belgische historici en sociologen enkele publicaties gewijd. In 2009 verscheen onder de redactie van Jean-Michel Chaumont en Christine Machiels Du sordide au mythe. L’affaire de la traite des blanches (Bruxelles, 1880).17 Het boek buigt zich over het schandaal van de ‘handel in blanke slavinnen’ dat aan het einde van de 19de eeuw uitbrak nadat er Engelse minderjarige meisjes werden aangetroffen in Belgische (vnl. Brusselse) bordelen. Ze werden er verplicht zich te prostitueren. De bijdragen in het boek handelen over het schandaal zelf, maar ook over de instrumentalisering ervan door de voor- en tegenstanders van de regulering van prostitutie, over de ontwikkeling van het jeugdrecht enz. Magaly Rodríguez García boog zich eveneens over prostitutie en mensenhandel, voornamelijk door de lens van debatten gevoerd binnen de Internationale Arbeidsorganisatie en de Volkerenbond tijdens het Interbellum.18

Prostitutie in koloniale context stond nog te weinig centraal in Belgisch historisch onderzoek. Het onderzoek van Amandine Lauro naar seksuele relaties tussen kolonialen en Congolese vrouwen is daarom zeker vermeldenswaardig.19 Hoewel op Europese leest geschoeide prostitutie volgens Lauro rond 1908 in Congo nog maar weinig voorkwam, voornamelijk omwille van de lage verstedelijkingsgraad van de kolonie, werden er toch al reglementen uitgevaardigd om ‘problematische’ situaties in te dammen. Lauro situeerde prostitutie in de kolonie binnen een continuüm van seksuele praktijken.

Fragment uit een politieverslag over klanten van prostituees. (731 # 436 © FelixArchief, Stadsarchief Antwerpen)

Besluit

Bovenstaand literatuuroverzicht toont de diversiteit van het Belgisch historisch onderzoek over prostitutie. Nochtans is er, zeker wanneer we ons laten inspireren door wat er in het buitenland gebeurt, nog heel wat braakliggend terrein. Er gebeurde weinig onderzoek dat een lange termijn-perspectief hanteert. Veel publicaties zoomen in op een specifieke stad in een specifieke periode waardoor geleidelijke verschuivingen buiten beeld blijven. Thema’s zoals de implementatie en impact van prostitutiebeleid, migratiebewegingen en discours lenen zich nochtans tot het bestuderen van langere periodes. Ten tweede gebeurde er tot nog toe weinig interdisciplinair onderzoek over prostitutie. Hoewel enkele jonge onderzoekers zoals Sarah Auspert, Maja Mechant en Elwin Hofman een interdisciplinair perspectief hanteren in hun doctoraatsonderzoek, zijn er nog veel onbewandelde paden.20 Zo gebeurde er in België nog geen historisch onderzoek naar het verband tussen ruimte en prostitutie. Ten slotte werd er binnen de Belgische geschiedschrijving nog geen onderzoek verricht dat een macro-, meso- en microperspectief combineert. Een casestudie die de kruisverbanden tussen prostitutiepraktijken, lokaal beleid en nationaal discours bestudeert, ontbreekt. Een dergelijke analyse kan nieuwe dynamieken aan het licht brengen door rekening te houden met niet-stedelijke ruimtes (bijvoorbeeld steenwegprostitutie) en onderbelichte actoren (bijvoorbeeld klanten, bordeeluitbaters).

- Pieter Vanhees

Referenties

  1. Auspert, Sarah, ‘Entre déviance et exclusion? La marginalité des prostituées en question’, paper voorgesteld tijdens workshop: Marginals and Subalterns in Belgium. A Historical Perspective (19th-20th Centuries), Université libre de Bruxelles, 2 juli 2014.
  2. Walkowitz, Judith, ‘The Politics of Prostiution and Sexual Labour’, in: History Workshop Journal, 82 (2016), 189; Mathieu, Lilian, Mobilisations de prostituées (Parijs: Belin, 2001), 33-75.
  3. Gilfoyle, Timothy, ‘Prostitutes in History: From Parables of Pornography to Metaphors of Modernity’, in: The American Historical Review, 104:1 (1999): 117-120.
  4. Rodríguez García, Magaly en Loopmans, Maarten, Prostitution in Belgium: Policies, Practices and Interactions (1830s-1960s), projectvoorstel ingediend bij FWO administratie, 2017, 1.
  5. Rodríguez García, Magaly, Heerma van Voss, Lex en Van Nederveen Meerkerk, Elise (red.), Selling Sex in the City. A Global History of Prostitution (Leiden: Brill, 2017), ter perse.
  6. Rodríguez Garía, Magaly en Lauro, Amandine, ‘Belgian History and the Making of Marginality and Subalternity’, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 46:1 (2016), 15.
  7. De Schaepdrijver, Sophie, ‘Regulated Prostitution in Brussels, 1844-1877. A policy and its implementarion’, in: Historical Social Research/Historisch Sozialforschung, 37 (1986), 89-108.
  8. Huberty, Colette en Keuning, Luc, ‘La prostitution à Bruxelles au dix-neuvième siècle’, in: Les cahiers de la fonderie, 2 (1987), 3-21.
  9. Lis, Catharina, ‘Een politieel-medische orde: de reglementering van de prostitutie in West-Europa, in het bijzonder te Antwerpen, tijdens de eerste helft van de 19de eeuw’, in: L’initiative publique des communes en Belgique 1795-1940/Het openbaar initiatief van de gemeenten in België 1795-1940, 71 (1986), 559-579.
  10. Dupont-Bouchat, Marie-Sylvie, ‘La prostitution urbaine. La marginalité intégrée’, in: Gubin, Eliane en Nandrin, Jean-Pierre (red.), La ville et les femmes en Belgique. Histoire et sociologie, (Brussel: FUSL, 1993), 97-129.
  11. De Koster, Margo, ‘Prostitution in Antwerp’, in: Chaumont, Jean-Michel, Rodríguez García, Magaly en Servais, Paul (red.), Trafficking in Women 1924-1926. The Paul Kinsie Reports for the League of Nations: vol. II (Genève: United Nations Publications, 2017), 13-19; Majerus, Benoît, ‘Prostitution in Brussels’, ibid., 33-37.
  12. Machiels, Christine, Les féminismes et la prostitution, 1860-1960 (Rennes: Presses universitaires de Rennes, 2016).
  13. Nys, Liesbet, ‘De Ruiters van de Apocalyps. ‘Alcoholisme, tuberculose, syfilis’ en degeneratie in medische kringen, 1870-1940’, in: Tollebeek, Johan, Vanpaemel, Geert en Wils, Kaat (red.), Degeneratie in België (Leuven: Universitaire pers Leuven, 2003), 11-41; Nys, Liesbet, ‘De grote school van de natie. Legerartsen over drankmisbruik en geslachtsziekten in het leger, 1850-1950’, ibid., 79-118.
  14. Majerus, Benoît, ‘La prostitution à Bruxelles pendant la Grande Guerre: contrôle et pratique’, in: Crime, Histoire & Sociétés, 7:1 (2003), 5-42.
  15. Delplancq, Thierry, ‘Félix et les femmes de mauvaise vie. Le Contrôle de la prostitution à La Louvière durant la Seconde Guerre mondiale’, in: Quotidiana. Huldealbum dr. Frank Daelemans, II. (Brussel: Archief- en bibliotheekwezen in België, 2012), 493-515.
  16. François, Aurore, ‘« Une véritable frénésie de jouissance … »: Prostitution juvénile et armées d’occupation en Belgique (1940-1945)’, in: Revue d’histoire de l’enfance « irrégulière », 10 (2008), 17-34.
  17. Chaumont, Jean-Michel en Machiels, Christine (red.), Du sordide au mythe. L’affaire de la traite des blanches (Bruxelles, 1880) (Louvain-la-neuve: UCL Presses Universitaires de Louvain, 2009).
  18. Rodríguez García, Magaly, ‘La Société des Nations face à la traite des femmes et au travail sexuel à l’échelle mondiale’, in: Le Mouvement Social, 241 (2012), 105-125.
  19. Lauro, Amandine, Coloniaux, ménagères et prostituées au Congo belge (1885-1930) (Loverval: Éditions Labor, 2005).
  20. Sara Auspert maakt gebruik van elementen uit migratiestudies (werktitel: La mobilité des prostituées avant l’instauration du réglementarisme. Prostitution, circulation et régulation dans l’espace « belge » (1750-1795)). Elwin Hofman maakt gebruik van elementen uit de sociologie, meerbepaald met betrekking tot stigmamanagement (bvb.: Hofman, Elwin, ‘Managing Stigma: Prostitutes and their Communities in the Southern Netherlands (1750-1800)’, in: Histoire sociale/Social History, 101 (2017), 1-16.). Maja Mechant gebruikt elementen uit de demografie, meerbepaald levensloopanalyse (bvb.: Mechant, Maja, ‘Geboren en getogen in kwetsbaarheid? De familiale achtergronden van prostituees werkzaam in Brugge tijdens de achttiende eeuw’, in: De Vos, Isabelle en Van de Putte, Bart (red.), Kwetsbare groepen in de historische demografie, (Leuven: Acco, 2014), 47-69.).