Contemporanea
Tome XXXVIII Année 2018 Numéro 4

Archives

De historische collectie Agfa-Gevaert

Tamara Berghmans, FOMU

De historische collectie Agfa-Gevaert, zo’n 400 meter archief en documentaire collectie en 220 kubieke meter objecten en audiovisueel materiaal, is niet enkel een unieke getuigenis van de geschiedenis van het bedrijf Agfa-Gevaert (1894-2000), maar ook onmisbaar voor het collectief geheugen inzake innovatie, ondernemerschap en de foto-industrie in België.1
In 2017 tekenden het FOMU – Fotomuseum Antwerpen en Agfa nv het contract van de overdracht van de historische collectie Agfa-Gevaert aan het FOMU. Aanleiding daartoe was de beslissing in 2015 van Agfa nv om de deuren van het Varenthof in Mortsel, waar de collectie zich al sinds 1988 bevond, te sluiten. Een herbestemmings- en waarderingstraject voor de historische collectie drong zich op, met als ambitie dit bijzondere stuk industrieel erfgoed in de beste omstandigheden te beheren en ontsluiten.2

Anoniem, Zicht op de ‘Grote Schouw’, het herkenningsteken van Gevaert op de site in Mortsel, 1928 (Deelcollectie Gevaert iconografie).

Geschiedenis van een bedrijfsmonument

De geschiedenis van het fotobedrijf Agfa-Gevaert is stevig geworteld in zowel het Belgische economische landschap als de 20ste-eeuwse samenleving.3 Terwijl de firma van eenvoudige huisnijverheid tot heuse wereldspeler uitgroeide, speelde ze een niet te onderschatten rol in de ontwikkeling van de fotografische industrie, op technisch én sociaal vlak. Zo droeg het bedrijf bij tot het democratiseringsproces van de fotografie: vanaf de jaren 1950 en 1960 kon zo goed als iedereen aan fotografie doen en werd een duidelijk onderscheid tussen amateur-, vak- en professionele fotografen mogelijk. Door de stevige concurrentie en wisselwerking met grote spelers als Kodak had Agfa-Gevaert een stevige poot in de technologische innovatie.
Agfa-Gevaert is een verhaal van twee fotografiebedrijven en twee landen, Duitsland en België. Agfa werd in 1867 opgericht in de buurt van Berlijn Agfa (Aktiengesellschaft für Anilinfabrikation) werd in 1867 opgericht in de buurt van Berlijn. De focus van het bedrijf lag aanvankelijk op de productie van kleurstoffen, maar verschoof vanaf 1916 naar materiaal voor kleurfotografie. In 1936 brak Agfa door met de uitvinding van de Agfacolor-Neu: voor de allereerste keer volstond namelijk één film, één belichting en één ontwikkelingsproces om een kleurenfilm te realiseren – een principe dat vandaag nog altijd gangbaar is. In 1953 kwam aan de onafhankelijkheid van Agfa een einde: het werd een dochtermaatschappij van de Duitse firma Bayer, die in 1899 met groot succes aspirine op de markt had gebracht.
In 1890 opende de tweeëntwintigjarige fotograaf Lieven Gevaert (1868-1935) samen met zijn moeder een fotografiezaak in Antwerpen. Gevaert stelde al snel vast hoe afhankelijk hij voor zijn (dure) fotopapier was van import uit het buitenland. Daarom besloot hij het voortaan zelf te maken. In 1894 kwam het resultaat – calciumpapier – op de markt en werd Gevaert omgedoopt tot de commanditaire vennootschap L. Gevaert & Cie. Het succes van Gevaerts fotopapier was enorm: (amateur)fotografen kwamen zich _en masse¬ bij hem bevoorraden, en dat terwijl de concurrentie in België eigenlijk heel groot was. In tegenstelling tot de concurrenten had Gevaert terecht gegokt op fotopapier in plaats van fotoplaten als materiaal voor de toekomst. Fotopapier bood namelijk tal van voordelen: de productie ervan gebeurde niet meer manueel, de houdbaarheid van de producten was gewaarborgd, de benodigde apparatuur voor de fotograaf was eenvoudig én de verkoop kon via een distributienetwerk gebeuren. Door dat succes kon Gevaert in 1904-1905 in Mortsel een volledig nieuwe fabriek laten bouwen en zijn koppositie verstevigen.

Door Lieven Gevaert gemaakte portretfoto van Anna Broers en haar echtgenoot, ca. 1890.

In het buitenland was de vraag naar het fotopapier van Gevaert eveneens groot, zodat het bedrijf er filialen kon openen. Samen met het succes groeide het aantal innovatieve papiersoorten en nieuwe producten. Na de Eerste Wereldoorlog bleef het bedrijf spectaculair uitbreiden: zo zag in 1920 de dochtervennootschap Gevaert Company of America het levenslicht en werd de firma omgevormd tot de NV Gevaert Photo-Producten. Na de overlevingsperiode die de Tweede Wereldoorlog inhield, stonden de jaren 1950 vooral in het teken van automatisering en verbreding van de doelgroep: het bedrijf richtte zich voortaan ook op de vakman en de professionele sector, zoals medische organisaties. Omdat de concurrentie met internationale spelers als Kodak, Agfa, Fuji en Ilford groot was, hield Gevaert zich vanaf dat decennium ook intens met marketing en corporate identity bezig, met een focus op de buitenlandse markt.

Anoniem, De afdeling ‘Fotokontrool’ was belast met de keuring van het gefabriceerde fotopapier, 1927 (D-klassement).

Gevaert kende zijn absolute piek in 1964. In dat jaar vond de fusie met Agfa AG plaats. Het betekende meteen het eindpunt van een tot dan zuiver Belgische geschiedenis. Aanvankelijk Gevaert-Agfa en vanaf 1971 Agfa-Gevaert genoemd, was het bedrijf voor vijftig procent in handen van de holding Gevaert en voor vijftig procent in die van Bayer. In 1981 werd Bayer enige aandeelhouder van Agfa-Gevaert door Gevaert uit te kopen. Sinds de jaren 1980 en 1990 ligt bij Agfa-Gevaert de focus op digitalisering en beeldverwerking in de grafische en gezondheidsindustrie. In 2015 was Agfa-Gevaert goed voor een omzet van 2,65 miljard euro en een nettowinst van 71 miljoen. Vandaag werken op de site in Mortsel nog steeds zo’n drieduizend mensen.

Anoniem, Overzicht van het Gevaert assortiment, kort na de fusie in 1964, 1965-1966 (Deelcollectie Gevaert iconografie).

Economische, Vlaamse en sociale betekenis

Gevaert en later Agfa-Gevaert waren van heel groot belang voor de Belgische industrie. Het bedrijf excelleerde decennialang in de (wetenschappelijke en commerciële) ontwikkeling en democratisering van fotografische producten en processen. Daarnaast was Gevaert toonaangevend op het vlak van vernieuwende bedrijfsvoering en modern personeelsbeleid. Zo werd het arbeidsverlof ingevoerd en kwam er een fabrieksraad – maar liefst vier decennia vooraleer de Belgische overheid ondernemingsraden in 1948 wettelijk verplichtte. Ook inzake winstparticipatie door het personeel was Gevaert een pionier: al vanaf 1904 konden werknemers deelnemen in de winst van het bedrijf.

Anoniem, Het vrouwelijk personeel vierde elk jaar een kerstfeest. Op de achtergrond dragen meisjes kenmerkende Gevaertjurken met bolletjes, 1950 (Deelcollectie Gevaert iconografie).

In de Vlaamse beweging speelde het bedrijf eveneens een opvallende rol, vooral dan via de figuur van Lieven Gevaert. Zijn flamingante reflex kwam sterk tot uiting in de bedrijfsvoering: niet alleen stelde hij vanaf het prille begin Nederlands in als voertaal in de (Vlaamse) fabrieken, hij organiseerde ook jaarlijks feesten, voordrachten, liederavonden en Guldensporenoptochten, onder begeleiding van de in het bedrijf opgerichte Vlaamse Filharmonie. Zijn personeelsbeleid liet dezelfde Vlaamsgezinde geestdrift zien: Gevaert trok voor zijn bedrijf het economische en intellectuele kruim van de Vlaamse beweging aan.
Sociaal speelde het bedrijf minstens een even belangrijke rol. Dat toonde zich vooral in een bloeiende cultuur van bedrijfsclubs. Gevaert maakte er een erezaak van om iedere werknemer wezenlijk aan het bedrijf te binden: nieuwkomers mochten zich geen nummer voelen, maar moesten het gevoel krijgen deel uit te maken van het grotere geheel.

Omvang en ontstaan van de historische collectie

Sporen van de belangrijke economische, sociale en Vlaamse ontwikkelingen zijn overvloedig terug te vinden in de historische collectie Agfa-Gevaert, die hierdoor een monumentaal gewicht krijgt. De ontstaansgeschiedenis van deze verzameling is opmerkelijk. De historische collectie is geen zuiver bedrijfsarchief: het bedrijf zelf was er amper bij betrokken. Agfa-Gevaert had namelijk geen collectiebeleid: het waren in de eerste plaats (ex-)werknemers die zich engageerden om stukken te verzamelen. Zo valt het grote aandeel persoonlijke documenten en objecten in de collectie op, terwijl het archief van het bestuursniveau minder volledig is overgeleverd.

Advertentie voor ‘Gevaert Perfect Pictures Papers’ in The Amateur Photographer Advertisements, 1912 (Deelcollectie Reclame).

De spilfiguur in het ontstaan en ontwikkeling van de historische collectie was scheikundig ingenieur Laurent Roosens (°1923), die vanaf 1963 ‘Gevaertiana’ begon te verzamelen. De collectie, waarvan de oudste objecten dateren uit 1868 (het geboortejaar van Lieven Gevaert), kreeg vanaf het begin mooie toevoegingen, waaronder het van vernietiging geredde deel van het persoonlijk archief van de stichter, het fotoarchief van de publicatiedienst en verschillende stukken uit het archief van Frans Van Cauwelaert. Volgens Roosens is het absolute topstuk het eerste journaal van Lieven Gevaert, het kasboek met daarin de inkomsten en uitgaven. Het stuk werd hem samen met twaalf andere archiefdozen door de secretaris van de toenmalige voorzitter Hendrik Cappuyns overgedragen met de boodschap: ‘Dit is het officieel archief van NV Gevaert Photo-Producten.’
Het eindpunt van de collectie plaatste Roosens bewust op 1971, het jaar van de switch van Gevaert-Agfa naar Agfa-Gevaert. Uiteraard waren er nog altijd diensten die iets wensten af te stoten, maar die stukken werden alleen behandeld als er sprake was van persoonlijke interesse. Zo heeft op de zolder van het Varenthof lange tijd een groot stuk archief uit Agfa Duitsland onbehandeld gelegen.
De historische collectie Agfa-Gevaert is door haar aard en omvang een uitzonderlijk complexe en daarom moeilijk te beheren collectie. Een van de belangrijkste onderdelen is de met D-nummers aangeduide documentheek, die de geschiedenis van Agfa-Gevaert vervat. Alles wat informatie verstrekt of getuigt over Lieven Gevaert (1868-1935), de firma Lieven Gevaert & Cie (1894-1920), de NV Gevaert Photo-Producten (1920-1963) en Gevaert-Agfa NV (1964-1971) werd verzameld. De collectie omvat bedrijfs-, persoons- en verenigingsarchieven, foto’s, negatieven, dia’s, affiches, audio- en video-opnamen, lampen, oude jaarrekeningen, glas-in-loodramen, advertenties, brochures, patenten, octrooien, merknamen, gebouwenplannen, kleine instrumenten, filmprojectoren, scanners, maquettes, wetenschappelijke toestellen, fotocamera’s, folders, nieuwsbrieven, verpakkingsmateriaal, oude computerapparatuur, telefoontoestellen, gelegenheidsdrukwerk, memorabilia, sierstenen uit de gevel en ornamenten, enz.

Assortiment Gevaert verpakkingen (Deelcollectie Verpakkingen).

Vanwege de omvang van het archief en het collectieprofiel van het FOMU heeft de historische collectie Agfa-Gevaert niet als één geheel een nieuwe bestemming gevonden en is ze opgesplitst. Andere bewaarplaatsen, naast het FOMU, zijn Agfa nv, het ADVN | archief voor nationale bewegingen, de Universiteit Antwerpen, de Cinematek, de stad Mortsel en het Provinciecommando Antwerpen. Naar analogie met de archieven van Kodak en Polaroid wil het FOMU de meest interessante en bevraagde onderdelen van de Agfa-Gevaertcollectie (zoals de fotopapieren en -verpakkingen en het D-klassement) als kern nemen en van daaruit een link naar de eigen collectie leggen. Op korte termijn wordt er onderzocht of voor dit meest ‘unieke’ onderdeel van de collectie bij de Vlaamse overheid een aanvraag tot topstuk kan worden ingediend en zo restauratiesubsidies (ompakken, digitaliseren etc.) kunnen worden aangevraagd. Op lange termijn zullen ook de andere deelcollecties worden aangepakt.

Anoniem, Rolfilm en kleinformaatfilms worden aan de lopende band verpakt, ca. 1960 (Deelcollectie Gevaert iconografie).

- Tamara Berghmans

Références

  1. Dit artikel is gebaseerd op het intern rapport opgesteld door Patrick Van den Nieuwenhof in opdracht van het FOMU: Van den Nieuwenhof, Patrick, Intern rapport Historische collectie Agfa-Gevaert (Antwerpen: ongepubliceerd, 2016).
  2. Meer informatie over het herbestemmings- en waarderingstraject, zie: Collectie Agfa-Gevaert: waarderen en herbestemmen (Antwerpen: FOMU, 2017).
  3. Zie: Roosens, Laurent, Arbeid Adelt. Een geschiedenis van de door Lieven Gevaert opgerichte fotografische industrie, 10 vol. (Mortsel: Lieven Gevaert Archief, 1993-z.d.) voor een gedetailleerde bedrijfsgeschiedenis.